Hoopgevende waterkwaliteitscijfers

De context waarbinnen dit dossier evolueert, is positief. In 2025 konden de beste resultaten inzake waterkwaliteit worden voorgelegd sinds het begin van de metingen in de jaren negentig. Dat is een rechtstreeks gevolg van de inspanningen die landbouwers op het terrein hebben geleverd. Die resultaten mogen niet worden onderschat: ze tonen dat het beleid, mits voldoende draagvlak en betrokkenheid vanuit de sector, effectief kan werken.

Vanaf 1 januari 2027 treden nieuwe maatregelen in werking in de gebieden waar de doelstellingen niet zijn gehaald. De gebiedstype-indeling wordt tweejaarlijks geëvalueerd, wat betekent dat maatregelen op het terrein automatisch strenger of milder worden op basis van de meetresultaten. Concreet gaat het onder meer om aangescherpte bemestingsnormen in bepaalde gebiedstypes en verlaagde nitraatresidudrempelwaarden voor teelten als maïs en aardappelen.

Generieke maatregelen mogen de goede boer niet treffen

In de commissie wees ik erop dat de positieve resultaten bemoedigend zijn, maar dat ze er niet toe mogen leiden dat landbouwers die op het terrein correct handelen en op hun percelen de juiste dingen doen, het slachtoffer worden van nieuwe generieke kaders die worden ingevoerd omwille van collega's die het minder nauw nemen. Een goede evaluatie op sectorniveau mag nooit een alibi zijn om alle landbouwers over dezelfde kam te scheren.

De situatie moet op de voet gevolgd worden, de evaluatie moet zijn werk doen, en waar bijsturing nodig is moet die ook gericht en proportioneel zijn. Dat is de enige aanpak die het draagvlak voor het mestbeleid op lange termijn intact houdt.

Lees het volledige artikel op Landbouwleven.be